Imam van de Grote Moskee

De Verenigde Kamers van de Raad hebben het bevel om het grondgebied te verlaten, dat werd afgeleverd aan de Imam van de Grote Moskee van Brussel, vernietigd.

De beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken berustte in wezen op de overweging dat betrokkene een gevaar betekende voor de openbare orde omwille van zijn nauwe banden met het salafisme, een conservatieve strekking binnen de Islam.

De Raad spreekt zich niet in abstracto uit over de  deugdelijkheid van de beschrijving van het salafisme in de beslissing. Onder verwijzing naar verschillende arresten van het Hof van Jusititie van de Europese Unie  brengt de Raad in de eerste plaats in herinnering dat bij het nemen van een beslissing die gestoeld is op een bedreiging voor de openbare orde, uit de motieven, of minstens uit het administratief dossier, dient te blijken op welke wijze het persoonlijk gedrag van de betrokkene een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging uitmaakt die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Een openbare orde-argument mag immers niet berusten op loutere gissingen of op algemene overpeinzingen.

Het bestaan van een dergelijke bedreiging werd in onderhavig geval evenwel niet aangetoond.

Het algemene betoog over de invloed van het salafisme volstaat niet om concreet te duiden waarom het persoonlijk gedrag van deze imam een “actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging uitmaakt die een fundamenteel belang van de samenleving aantast”. (RvV 24 november 2017, nr. 195 538).

28/11/2017