Nieuws

04/07/2017

Prejudiciële vraag UDN aan Grondwettelijk Hof

Tussen de partijen in onderhavig geschil bestaat er controverse en binnen de Raad is er uiteenlopende rechtspraak over de vraag of de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid voorbehouden blijft voor gevallen waarin er sprake is van een verwijderings- of terugdrijvingsmaatregel, of dat ook andere beslissingen het voorwerp kunnen zijn van dergelijke procedure. 

Lees verder

02/06/2017

Verzoek tot horen

Aan verzoeker werd middels een beschikking overeenkomstig artikel 39/73, § 2 van de vreemdelingenwet de grond meegedeeld waarop de kamervoorzitter steunt om te oordelen dat het beroep door middel van een louter schriftelijke procedure kan worden verworpen. Verzoeker diende echter een verzoek tot horen in waarbij hij kenbaar maakte dat hij het niet eens is met deze in de beschikking opgenomen grond.

Lees verder

23/05/2017

10 jaar Raad voor Vreemdelingenbetwistingen

Op 1 juni 2017 vervult de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen al een decennium lang zijn rol als onafhankelijk administratief rechtscollege. Om zijn tiende verjaardag te vieren organiseerde de Raad twee academische zittingen en bracht hij een publicatie uit.

Lees verder

04/04/2017

Weigering humanitair visum

Na de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie naar aanleiding van de prejudiciële verwijzing van 7 maart 2017 (HvJ (Grote Kamer), 7 maart 2017, X en X, t. Belgische Staat, C-638/16 PPU), riep de Raad de partijen op voor de zitting van 23 maart 2017.

Lees verder

03/04/2017

Vacante betrekking Nederlandstalig voorzitter

De belanghebbende personen worden ervan op de hoogte gebracht dat op 1 juni 2017 de betrekking van Nederlandstalig voorzitter van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen te begeven is bij adjunct-mandaat.

De titularis van het adjunct-mandaat van voorzitter wordt overeenkomstig artikel 39/24, § 1 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, door de Koning aangewezen voor een mandaat van vijf jaar. Het mandaat is éénmaal hernieuwbaar.

Lees verder

15/03/2017

Weigering visa Turkse imams

De Raad diende zich te buigen over een aantal beslissingen tot weigering van visa lang verblijf aan bedienaren van een erkende eredienst die hun activiteiten in België wensten te komen ontplooien. De gevraagde verblijfsmachtiging werd aan de betrokken imams geweigerd omdat zij niet als dusdanig officieel kunnen worden aangesteld door de Belgische staat omdat de lokale geloofsgemeenschap waar zij zouden gaan prediken niet erkend is door de bevoegde overheid.

Lees verder

06/03/2017

Prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie

In een eerste zaak dient de Raad zich uit te spreken over een beslissing tot weigering van de vluchtelingenstatus, genomen door de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, in toepassing van artikel 52/4, alinea 2, van de vreemdelingenwet ten aanzien van een asielzoeker die definitief veroordeeld is in België voor feiten van slagen en verwondingen, verboden wapenbezit en groepsverkrachting.

Lees verder

21/02/2017

Vacante betrekking Franstalig eerste voorzitter

De belanghebbende personen worden ervan op de hoogte gebracht dat de betrekking van Franstalig eerste voorzitter van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen te begeven is bij mandaat.

Lees verder

31/01/2017

Onderzoek intern vestigingsalternatief

In een eerder vernietigingsarrest na een beslissing waarbij de vierde asielaanvraag van verzoeker niet in overweging werd genomen, had de Raad vastgesteld dat er geen onderzoek was gedaan “naar de omstandigheden en de veiligheidssituatie in het land van herkomst, in casu Afghanistan, en (…) of verzoeker al dan niet een vestigingsalternatief heeft in één van de grote steden nu uit het bevel blijkt dat ook de Dienst Vreemdelingenzaken niet twijfelt aan de Afghaanse nationaliteit van verzoeker.”

Lees verder

21/12/2016

Radicale imam

De Verenigde Kamers van de Raad stelden vast dat de beroepen tegen het koninklijk besluit tot uitzetting van 15 juli 2015 en het koninklijk besluit tot opheffing van 4 maart 2016 (gevoegde zaken 1 en 3) onontvankelijk waren omdat verzoeker niet langer een actueel belang kon doen gelden  (RvV 27 oktober 2016, nr. 177 004).

Lees verder

Pagina's