Verdere verfijning rechtspraak El Salvador

In deze drie zaken werden Salvadoraanse verzoekers om internationale bescherming slachtoffer van afpersing. Deze wijdverspreide praktijk bereikt in beginsel niet het vereiste minimumniveau van ernst en zal slechts in (zeer) uitzonderlijke gevallen als vervolging of ernstige schade in asielrechtelijke zin kunnen worden gekwalificeerd. Er dient dus rekening te worden gehouden met de specifieke omstandigheden van het individuele geval.

De afpersing ging gepaard met doodsbedreigingen. De vraag rijst nu wat de mogelijke repercussies zijn bij een terugkeer naar El Salvador voor verzoekers, die door hun vertrek naar het buitenland in wezen de eisen van de bendes hebben getrotseerd en de facto hebben geweigerd om verder afpersingsgeld te betalen. De beschikbare landeninformatie biedt hierop geen duidelijk antwoord zodat de Raad in deze drie zaken overging tot een vernietiging (RvV 25 januari 2021, nr. 248 102; RvV 25 januari 2021 nrs. 248 104 en 248 105).

25/02/2021